Werkzaamheden aan oppervlaktes waarbij chroom-6 vrij kan komen
Werkgevers die onderhoudswerk aannemen waarbij de kans bestaat dat chroom-VI vrijkomt, moeten een aantal acties ondernemen om de gezondheid van hun medewerkers voldoende te kunnen beschermen.

Ook opdrachtgevers die dergelijke werkzaamheden uitbesteden, hebben hierin een verantwoordelijkheid. Zij moeten zeker stellen dat de aannemer van de werkzaamheden het werk veilig en gezond kan uitvoeren.

Volg hiervoor het 4 stappen model van de Zelfinspectie Gevaarlijke Stoffen

Schema Chroom VI

Check bij stap 1:

  1. Als er metalen oppervlakken of objecten bewerkt moeten worden, denk dan aan de mogelijkheid dat deze een chroomhoudende coating kunnen hebben.
  2. Wordt roestvrij staal bewerkt, dan kan in ieder geval chroom-VI vrijkomen.
    (Bewerken houdt onder meer in: schuren, slijpen, zagen, lassen, afbramen, stralen, etc.)
  3. Ga na of er een andere mogelijkheid is, waarbij het metalen oppervlak of object niet bewerkt hoeft te worden.
    (Bijvoorbeeld overschilderen in plaats van afstralen, of het gehele object vervangen in plaats van repareren of onderhouden.)
  4. Onderzoek of de te bewerken oppervlakken voorzien zijn van een chroomhoudende coating
    Dit kunt u nagaan door:
  • Uit te zoeken met welk materiaal het oppervlak behandeld is en hier dan informatie over opvragen bij de leverancier, of door de oude Veiligheidsinformatiebladen te raadplegen;
  • Een monster van het oppervlak laten nemen en laten analyseren door een erkend laboratorium;
  • Zelf met erkende methode bepalen of de oppervlakte laag chroom bevat.

Check bij stap 2:

Beoordeel de blootstelling. Dit kan op de volgende manieren:

  1. Ga eerst na, of er een goed onderbouwde veilige werkwijze beschikbaar is voor de werkzaamheden die u moet uitvoeren;
  2. Wanneer er een onderbouwde veilige werkwijze is, hoeft u de blootstelling niet zelf te beoordelen. Zorg er dan wel voor, dat exact dezelfde handelingen worden verricht en dat voldaan wordt aan de aangegeven randvoorwaarden ten aanzien van omgeving en beheersmaatregelen;
  3. Onderzoek of er eerder al een beoordeling is uitgevoerd. Check dan of:
    • De huidige situatie nog hetzelfde is;
    • Het onderzoek is uitgevoerd door middel van luchtmetingen conform NEN-689 of met behulp van een betrouwbaar blootstellingsmodel;
    • Het onderzoek is uitgevoerd of getoetst door een gecertificeerde arbeidshygiënist.
  4. Als er nog geen beoordeling van de blootstelling is uitgevoerd, laat dan een beoordeling maken en betrek daarbij een gecertificeerde arbeidshygiënist
  5. Check of huidcontact bij de werkzaamheden mogelijk is en betrek dit dan bij de beoordeling door middel van een kwalitatieve beoordeling.
  6. Overweeg   - aanvullend aan de beoordeling van de blootstelling door luchtmetingen of een blootstellingsmodel - biomonitoring als er sprake is van mogelijk huidcontact of om het effect van een beheersmaatregel te onderzoeken. Laat u hierbij adviseren door een arbeidshygiënist of bedrijfsarts met voldoende kennis van biomonitoring.

Check bij stap 3:

  1. Wanneer er al een veilige werkwijze beschikbaar is voor het werk dat u moet uitvoeren, ga dan na of deze toepasbaar is in uw situatie;
  2. Zorg ervoor dat de blootstelling zo ver mogelijk beneden de grenswaarde ligt is; neem daartoe alle maatregelen die technisch uitvoerbaar zijn.
  3. Volg bij de te nemen beheersmaatregelen de arbeidshygiënische strategie, door achtereenvolgens na te gaan of:
    -Een andere werkwijze mogelijk is, waarbij het materiaal niet bewerkt hoeft te worden;
    -Een werkwijze te kiezen is die het minste stof veroorzaakt;
    -Omkasting/omsluiting mogelijk is;
    -Apparatuur toepasbaar is die voorzien is van afzuiging;
    -Effectieve bronafzuiging mogelijk is
    (Voor effectieve werking moet de afstand tussen werkstuk en afzuiging bijvoorbeeld niet groter zijn dan de diameter van de afzuigmond)
    -Ruimtelijk ventilatie met een voldoende capaciteit en een goed ontwerp is geïnstalleerd;
    -Ervoor gezorgd kan worden dat zo min mogelijk andere werknemers worden blootgesteld, door middel van het uitvoeren van de werkzaamheden in aparte ruimten, en/of toegangsbeperking.
  4. Regel het onderhoud van de afzuigingsystemen en instrueer de medewerkers hoe hiermee op de juiste manier om te gaan
  5. Zorg voor voorzieningen om hygiënisch te werken: aparte werkkleding, verstrekken van  kleedruimte/wasgelegenheid, scheiden van schone/vuile ruimten.
  6. Stel de juiste persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM)beschikbaar:
    • adembeschermingsmiddelen met de juiste (Toegekende) protectiefactor en een goede pasvorm, aangetoond door middel van een Fittest;
    • beschermende handschoenen.

Laat u bij het kiezen van bovengenoemde maatregelen ondersteunen door een arbeidshygiënist.

Check bij stap 4:

  1. Regel Voorlichting en instructie voor de medewerkers, over de gezondheidsrisico’s van chroom-VI, de kans op blootstelling tijdens de werkzaamheden die zij uitvoeren, en het juiste gebruik van de beheersmaatregelen die zijn genomen;
  2. Regel toezicht op een juiste uitvoering van het werk;
  3. Registreer welke medewerkers worden blootgesteld aan Chroom-VI;
  4. Bied in overleg met de bedrijfsarts een Periodiek Medisch Onderzoek (PMO) aan de medewerkers aan. De bedrijfsarts bepaalt de inhoud van dit PMO;
  5. Betrek de Ondernemingsraad of Personeelsvertegenwoordiging bij de maatregelen die worden genomen, en in de wijze van voorlichting en toezicht;
  6. Zet een procedure op die ervoor zorgt dat relevante wijzigingen, zoals werkmethode, het te bewerken materiaal, stand van de techniek van beheersmaatregelen, veranderende grenswaarde gesignaleerd worden en dat zo nodig dat actie wordt ondernomen.