Betalingsregeling en/of matiging boete

Als uw financiële situatie zodanig is dat u een boete niet direct kunt betalen, dan kunt u een beroep doen op een verminderde draagkracht. Draagkracht is het totaal aan middelen dat u beschikbaar heeft om de boete te betalen. De Inspectie SZW kan bij vaststelling van verminderde draagkracht besluiten de boete te matigen.

U moet zelf aanvoeren en onderbouwen dat uw draagkracht onvoldoende is. Hiervoor vult u een formulier in dat u met bewijsstukken instuurt, zie hieronder: stap 1, Aan de hand daarvan beoordeelt de Inspectie SZW of u een betalingsregeling krijgt aangeboden en of de boete (eventueel) gematigd moet worden.

De mogelijkheden samengevat

De mogelijkheden van betalingsregeling en matiging zijn in een overzichtsschema weergegeven.

Een boete wordt in ieder geval niet gematigd wanneer:

  • een faillissement ook zonder een boete onafwendbaar is;
  • u al in staat van faillissement verkeert;
  • u in een (minnelijke) schuldsaneringsregeling zit.

Indien u eerder eenzelfde of soortgelijke overtreding hebt begaan (recidive) wordt in beginsel ook niet gematigd en kent de betalingsregeling in beginsel een maximale duur van drie maanden.

Stappenplan

Om uw betalingscapaciteit te bepalen, hanteert de Inspectie SZW het volgende stappenplan.

Stap 1: het beroep op verminderde draagkracht en het bewijzen ervan

U moet het formulier dat op uw situatie van toepassing is invullen en voorzien van de benodigde bewijsmiddelen insturen:

Let op: Er worden voorwaarden aan de bewijsstukken gesteld. Deze staan in het formulier vermeld. Als de stukken niet aan de vereisten voldoen, dan heeft u uw beroep op verminderde draagkracht niet voldoende onderbouwd en kan geen matiging worden verleend. Wel kan dan in sommige gevallen een betalingsregeling aangeboden worden. Indien u het formulier niet naar waarheid invult, kan dit leiden tot het niet beoordelen van de verminderde draagkracht.

Stap 2: het vermogen

Aan de hand van de stukken wordt eerst gekeken naar uw vermogen, met uitzondering van de woning (natuurlijk persoon) of het bedrijfspand (rechtspersoon). Van beperkte draagkracht is geen sprake als de waarde van het vermogen hoger is dan de boete. Matiging van de boete en een langlopende betalingsregeling zijn in dergelijke gevallen niet aan de orde. Wel kan dan een kortlopende betalingsregeling van drie maanden worden aangeboden, om u in de gelegenheid te stellen vermogensbestanddelen vrij te maken.

Stap 3: het inkomen

Het inkomen dat u ontvangt, wordt bekeken wanneer het vermogen, zoals bepaald bij stap 2, niet voldoende is om de boete te betalen. Onder inkomen valt bijvoorbeeld salaris, uitkeringen, bedrijfswinst en dividend. Bij natuurlijke personen wordt alleen het deel van het inkomen betrokken, dat meer is dan 100% van de bijstandsnorm.

Indien het totale vermogen en inkomen hoger is dan het boetebedrag, wordt de boete niet gematigd. Wel kan dan een (langlopende) betalingsregeling (maximaal tien jaar) aan de orde zijn.

Stap 4: overwaarde op woning of bedrijfspand

Indien het totaal aan vermogen en inkomen niet voldoende is om de boete te betalen, wordt ook de eventuele overwaarde van uw woning of bedrijfspand bij de draagkracht opgeteld. Bij het vermogen en het inkomen wordt 75% van de overwaarde opgeteld. Indien dat bij elkaar voldoende is om de boete te betalen, wordt de boete evenmin gematigd. Wel kan een betalingsregeling van maximaal tien jaar aan de orde zijn.

Stap 5: boete hoger dan de draagkracht: matiging van de boete en/of een betalingsregeling

De boete wordt gematigd als de som van vermogen (stap 2), inkomen (stap 3) en overwaarde op woning en bedrijfspand (stap 4) nog steeds ontoereikend is om de boete gespreid over meerdere jaren te kunnen betalen. De boete wordt afhankelijk van de hoogte van de boete gematigd tot het totaal berekende draagkrachtbedrag. Daarbij wordt tevens als uitgangspunt een variabele ondergrens gehanteerd. Dit bedrag mag u dan in termijnen betalen.

De betalingsregeling heeft afhankelijk van de hoogte van de boete en de aflossingscapaciteit een maximale duur van 120 maanden (10 jaar). Het aflossingsbedrag wordt berekend aan de hand van de betalingscapaciteit, maar is nooit lager dan €50 per maand voor natuurlijke personen en €100 per maand voor rechtspersonen. Indien deze bedragen niet voor u zijn op te brengen, zal iedere financiële tegenslag hoogstwaarschijnlijk tot faillissement leiden. In die gevallen wordt de boete, zoals hierboven aangegeven, sowieso niet gematigd.

Adressering

U kunt een verzoek om een betalingsregeling en/of matiging van de boete schriftelijk doen.

Als u alleen een betalingsregeling wilt aanvragen, stuurt u de stukken per email of per post naar:

Inspectie SZW
Afdeling Boete, Dwangsom en Inning
Postbus 90801
2509 LV Den Haag

Als u het verzoek om een betalingsregeling en/of matiging tegelijk met uw zienswijze of bezwaarschrift indient, dan moet u het verzoek sturen naar het adres dat wordt genoemd in de brief waarop u reageert.

Vermeld ons kenmerk

In uw brief moet u altijd het referentienummer van de kennisgeving of beschikking inzake boete vermelden. Dit nummer vindt u op de eerste pagina van de brief, onder 'Onze referentie'.

U ontvangt zo spoedig mogelijk antwoord of u voor een betalingsregeling in aanmerking komt.

Vragen? Neem contact op

Heeft u nog vragen met betrekking tot betalingsregelingen en/of draagkracht, dan kunt u telefonisch contact opnemen met het team Inning via ons algemene nummer 0800-5151.

Heeft u algemene vragen over de boeteoplegging, dan kunt u contact opnemen met de contactpersoon in de aan u toegezonden brief.

NB Betaal de boete binnen de opgelegde termijn!

Het voeren van correspondentie met de Inspectie SZW of het CJIB nadat een boete is opgelegd, betekent niet dat de betalingsverplichting wordt opgeschort. U moet de boete binnen de opgelegde termijn voldoen.