Forse asbestboete voor bedrijf uit Epe

Een bedrijf uit Epe heeft van de Inspectie SZW een asbestboete gekregen van € 43.500,-. Het bedrijf voerde asbestwerkzaamheden in dezelfde plaats uit zonder dat zij voorzorgsmaatregelen had genomen. Werknemers hebben hierdoor een groot risico gelopen op blootstelling aan asbestvezels.

Asbestinspecteurs controleerden vorig jaar september op een locatie in Epe de bouwwerkzaamheden. Geconstateerd werd dat er asbestverwijderingswerkzaamheden werden uitgevoerd. Om asbest te verwijderen moet een aantal maatregelen genomen worden om te voorkomen dat werknemers blootgesteld worden aan asbestvezels. Asbest vervliegt of verdwijnt niet. Vezels die eenmaal zijn vrijgekomen en niet zijn opgeruimd vormen een blijvend gevaar voor personen. Gelet op de gevolgen die de blootstelling aan asbestvezels met zich mee brengen, is iedere overtreding in verband met asbest ernstig.

Het bedrijf uit Epe had niet, voordat met het slopen, verwijderen en opruimen van asbesthoudende platen was begonnen, de aanwezigheid van asbest door een gecertificeerd asbestinventarisatiebureau laten inventariseren. Het bedrijf verrichtte de werkzaamheden zonder dat zij in bezit was van een certificaat asbestverwijdering. De werknemers waren niet in het bezit van het diploma Deskundig Toezichthouder Asbestsloop (DTA). Ook waren de werknemers niet in het bezit van een geldig certificaat Deskundig Asbestverwijderaar (DAV).

Duidelijk was voor de Inspectie tijdens de controle dat het bedrijf eigenlijk geen enkele wettelijk verplichte maatregel had genomen bij het verwijderen van het asbest. Bekend is dat er grote risico’s verbonden zijn bij het verwijderen van asbest. Het bedrijf overtrad hiermee de Arbeidsomstandighedenwet en heeft dan ook een boete gekregen van € 43.500,-. Tegen deze boete kan het bedrijf nog in beroep gaan.