Mag ik in Risicoklasse 1 werken op basis van standaardprotocollen?

Een sanering mag alleen in een lagere risicoklasse worden uitgevoerd dan die de Stoffen Manager Asbest Risico Techniek (SMArt) aangeeft, als goed is onderbouwd dat de blootstelling aan asbestvezels tijdens de sanering onder de grenswaarde blijft. Dit  moet worden aangetoond door geschikte en betrouwbare blootstellingsonderzoeken. In die blootstellingsonderzoeken moeten de asbesttoepassing (bron), de werkzaamheden en de omstandigheden gelijk zijn aan die van de saneringsklus.

Het landelijk gebruik van standaardprotocollen om in een lagere risicoklasse te werken is alleen toegestaan als de onderliggende blootstellingsonderzoeken zijn beoordeeld door een onafhankelijke instantie, het Validatie- en Innovatiepunt Asbest (VIP Asbest) en als de werkwijze na beoordeling is opgenomen in de Stoffen Manager Asbest Risico Techniek (SMArt).

Verzoek indienen bij VIP Asbest

Innovatieve werkwijzen, protocollen of producten voor asbestverwijdering dient u ter beoordeling in bij het Validatie- en Innovatiepunt Asbest (VIP Asbest). Deze onafhankelijke instantie adviseert het ministerie van SZW of een nieuwe werkwijze voor asbestsanering als landelijk gevalideerd beschouwd kan worden. Ook beoordeelt het VIP bestaande werkwijzen die nog niet gevalideerd zijn voor landelijk gebruik. Zonder VIP-beoordeling is er geen sprake van landelijke validatie en staat de Inspectie SZW landelijk gebruik niet toe. Ga voor meer informatie naar Vipasbest.nl.

Stillegging en/of boete

Het gebruik van standaardprotocollen voor het terugschalen van werkzaamheden naar risicoklasse 1, die niet zijn opgenomen in SMArt, is niet toegestaan. De Inspectie SZW legt deze saneringswerkzaamheden stil en/of maakt een boeterapport op als zij die werkzaamheden tegenkomen.