Toezicht Inspectie SZW op coronamaatregelen

Sinds 13 maart 2020 zijn er coronamaatregelen van kracht zoals anderhalve meter afstand houden, thuisblijven bij gezondheidsklachten en toepassen van hygiënemaatregelen. Wat betekenen deze maatregelen voor de werkgever, de werknemer en de situatie op de werkplek?

Deels gaat het om adviezen. Een deel van de maatregelen is opgenomen in de Wet publieke gezondheid. Daarin heeft de Inspectie SZW geen rol of bevoegdheid. Onder andere NVWA, IGJ en BOA’s van de gemeenten kunnen bij overtreding van deze maatregelen optreden.

Arbeidsomstandighedenwet en RI&E

Op grond van de Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet) heeft de werkgever een zorgplicht , die inhoudt dat de werkgever de werknemer in staat stelt zijn werk veilig en gezond te doen. Dit betekent dat de werkgever inventariseert welke risico’s er zijn en hoe hij deze gaat aanpakken. De werknemers dienen te weten welke maatregelen er gelden en houden zich ook aan de regels die opgesteld zijn.

Voor het handelen van de Inspectie SZW in relatie tot Corona is de arbeidsomstandighedenwetgeving leidend. Voorop staat de veiligheid en gezondheid van werknemers.

De Arbowet is een kaderwet. De regels met betrekking tot arbeidsomstandigheden zijn verder uitgewerkt in het Arbeidsomstandighedenbesluit en de Arbeidsomstandighedenregeling. Het arbobeleid in een bedrijf staat en valt met een goede Risico Inventarisatie en evaluatie (RI&E) door het bedrijf. Onderdeel hiervan is het opstellen van een aanpak om risico’s te voorkomen, vermijden of de gevolgen te beperken.

De Inspectie SZW houdt op grond van de arbeidsomstandighedenwetgeving toezicht op ongezonde/onveilige situaties. Vanwege die wetgeving kan de Inspectie handhavend optreden om naleving te bevorderen. Dus ook bij ongezonde en onveilige situaties als gevolg van het risico op besmetting met corona.

Deze verplichtingen zijn vastgelegd in artikel 3 en 5 van de Arbowet en het tijdelijke artikel 3.2a van het Arbobesluit. Voor blootstelling aan het coronavirus worden 2 situaties onderscheiden:

  1. Situaties waarbij blootstelling een direct gevolg is van de werkzaamheden die worden verricht.
  2. Situaties waarbij de mogelijkheid van blootstelling volgt uit het algemene besmettingsgevaar in Nederland.

Blootstelling als direct gevolg van de werkzaamheden

Sommige werknemers hebben door de aard van hun werkzaamheden kans op blootstelling aan het coronavirus. Bijvoorbeeld zorgmedewerkers (verzorgenden, verpleegkundigen, artsen, enzovoort)  die werken met door corona besmette patiënten. Of werknemers die materiaal moeten verwijderen of schoonmaken dat mogelijk met corona is besmet. Voor deze groep werknemers gelden specifieke regels (regelgeving biologische agentia, hoofdstuk 4 afdeling 9 Arbobesluit). Handhaving van de Inspectie SZW vindt hier plaats op basis van dat besluit.

Blootstelling volgend uit algemeen besmettingsgevaar

Het gaat hier om overige werkplekken in bedrijven en instellingen, zoals supermarkten, distributiecentra, kantoren, bouw, landbouw, transport, metaalindustrie enzovoort. Het kan ook gaan om niet-patiëntgebonden werkzaamheden in de gezondheidszorg. In de Arbowet staat dat de werkgever dient te zorgen voor de veiligheid en de gezondheid van de werknemers inzake alle met de arbeid verbonden aspecten en daartoe een beleid dient te voeren (artikel 3 Arbowet). Daarnaast legt de werkgever op grond van artikel 5 Arbowet het arbeidsomstandighedenbeleid vast in een RI&E. Deze RI&E bevat een beschrijving van de gevaren en de risico beperkende maatregelen. Het coronavirus is zo’n gevaar op de werkplek.

In het Arbobesluit (artikel 3.2a) staat een tijdelijk artikel met verplichtingen voor de werkgever om coronabesmetting te voorkomen. Een werkgever moet zorgen voor maatregelen, voorlichting en naleving.

Concrete voorbeelden maatregelen

  • 1,5 meter afstand;
  • plaats schermen;
  • geef looproutes aan;
  • beperk het aantal mensen op de arbeidsplaats;
  • ventileer ruimtes;
  • ontsmet arbeidsplaats;
  • ontsmet gereedschappen;
  • zorg voor gelaatsbescherming of mondkapjes.

Bij het bepalen welke maatregelen worden getroffen is artikel 3 van de Arbowet relevant. Daarin staat dat de arbeidshygiënische strategie moet worden gebruikt. Daarnaast zijn de stand van de wetenschap en professionele dienstverlening bepalend voor de invulling van de maatregelen. Op grond van artikel 5 van de Arbowet zal uit de RI&E blijken welke maatregelen bij de specifieke arbeidsplaats passen.

Toezicht en handhaving van de Inspectie SZW zijn gericht op bewerkstelligen van naleving van deze wettelijke verplichtingen. In ieder zelfstandig geval zal dus vanuit het oogpunt van arbeidsomstandigheden worden gekeken naar de invulling van de verplichtingen door de werkgever. Het is in de eerste plaats aan de werkgever om samen met zijn werknemers invulling te geven aan het beleid.

Handdesinfectiemiddelen

Door de coronapandemie is er grote behoefte aan desinfectiemiddelen. Handdesinfectiemiddelen zijn biociden en moeten een toelating hebben. Gezien de grote vraag heeft het ministerie van IenW tijdelijke vrijstellingen verleend voor de productie en het op de markt brengen van deze middelen op basis van ethanol. De middelen worden onder meer gebruikt voor het desinfecteren van supermarktkarren en boodschappenmandjes. In een aantal gevallen worden deze werkzaamheden verricht door jeugdigen. Juist deze groep is vatbaar voor blootstelling aan schadelijke stoffen. De Inspectie SZW roept dan ook de werkgevers op om bij het reinigen van oppervlakken, zeker wanneer dat door jeugdigen gebeurt, water en zeep of allesreiniger toe te passen.

Handhavend optreden

Handhaving op grond van de Wpg vindt zoals gezegd plaats door de veiligheidsregio’s.

Dit laat onverlet dat ook de Inspectie handhaaft. Om onduidelijkheid te vermijden maakt de Inspectie SZW met dit bericht bekend dat zij handhavend zal optreden indien de arbeidsomstandigheden in een bedrijf of instelling daartoe aanleiding geven.

Handhaving is aangewezen indien er sprake is van risico op besmetting, het niet of onvoldoende nemen van maatregelen of het daarbij niet toepassen van de arbeidshygiënische strategie.

Zo nodig wordt een formele eis met de te treffen maatregelen opgelegd, de werkgever dient deze dan in te voeren. Is een werkgever het niet eens met deze eis dan geldt de gewone bezwaar- en beroepsprocedure. Daarnaast kan het niet nakomen van de verplichting leiden tot andere bestuurlijke maatregelen, zoals een boete en verdergaande bestuurlijke dwang om toch aan de verplichtingen te voldoen. In ernstige gevallen kan worden stilgelegd.