Brzo-bedrijven zijn bedrijven waar met grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen wordt gewerkt.

In Nederland zijn ongeveer 400 bedrijven die met grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen werken. Als er bij deze bedrijven iets mis gaat, kan de impact voor werknemers en omgeving enorm zijn. Daarom moeten zij specifieke maatregelen nemen om de risico’s van zware ongevallen voor de werknemers, de omwonenden en het milieu te beperken.

Wetgeving

Wanneer er sprake is van risico’s voor mensen binnen en buiten het bedrijf, en voor het milieu, dan valt een bedrijf onder het Besluit risico’s zware ongevallen 2015 (Brzo 2015). Voor de bedrijven waar het verhoogde risico binnen het terrein van het bedrijf blijft, geldt de Aanvullende risico-inventarisatie en –evaluatie (Arie) .

Aanleiding Besluit risico’s zware ongevallen

Het Brzo is de Nederlandse vertaling van een Europese Richtlijn voor bedrijven die werken met gevaarlijke stoffen: de Seveso-richtlijn. De aanleiding voor deze richtlijn is een ramp in 1976 in het Noord-Italiaanse stadje Seveso. Bij dit ongeluk kwam een giftig gas vrij waardoor een groot deel van de bevolking ernstig verminkt werd. De Europese Gemeenschap werkte na dit ongeval wetgeving uit om mensen en de omgeving beter te beschermen tegen industriële ongevallen.

Brzo 2015

In het Besluit risico's zware ongevallen 2015 (Brzo 2015) staan regels die er aan moeten bijdragen dat eventuele risico’s van grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen zoveel mogelijk worden beperkt. Deze strenge Brzo-regelgeving heeft als doel ‘het voorkomen van zware ongevallen met grote gevolgen voor mens, omgeving, milieu en infrastructuur’. De regels en de daaruit voortvloeiende maatregelen zijn ook bedoeld om, mocht er toch iets misgaan, de gevolgen van een zwaar ongeval zoveel mogelijk te beperken.

Aanvullende risico-inventarisatie en -evaluatie (Arie)

Bedrijven die minder grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen hanteren, maar waar vergelijkbare risico’s zijn als bij bedrijven die onder het Brzo 2015 vallen, zijn verplicht om periodiek een zogeheten ‘Aanvullende risico-inventarisatie en -evaluatie’ (Arie) uit te voeren.

In het Arbeidsomstandighedenbesluit, hoofdstuk 2, afdeling 2, zijn de specifieke Arie-regels opgenomen voor de veiligheid van bedrijven met vergelijkbare risico’s als die van bedrijven die onder het Brzo 2015 vallen. Om ook hier zware ongevallen te voorkomen of de gevolgen daarvan zoveel mogelijk te beperken, gelden voor deze bedrijven in grote lijnen dezelfde regels.

De Arie-plichtige bedrijven vallen niet ook onder het Brzo 2015, omdat de hoeveelheid gevaarlijke stoffen die zij hanteren aanmerkelijk geringer is.