Voorwoord Jaarverslag 2020

“Een werknemer die ’s ochtends met veel collega’s in een krappe gang in de rij staat om in te klokken. Samen werken met een collega die flink verkouden is maar zich niet ziek durft te melden. Collega’s die te dicht bij elkaar in de kantine zitten, zonder dat de leiding van het bedrijf ingrijpt. Opgehaald worden voor je werk, in een busje met zoveel anderen dat afstand houden onmogelijk is. Het zijn enkele voorbeelden van het soort meldingen die wij vanaf maart vorig jaar binnen kregen. Het waren er zo’n 7.700 in totaal.

Inspecteur-generaal Sociale Zaken en Werkgelegenheid Marc Kuipers
Inspecteur-generaal Marc Kuipers

De afhandeling van de meldingen laat zien dat de meeste werkgevers de coronamaatregelen serieus nemen. Wel valt er in de uitwerking op de werkvloer het nodige te verbeteren. Bij ruim 2.200 meldingen hebben onze inspecteurs actie ondernomen om de werkomstandigheden ‘coronaproof’ te maken en het risico op besmetting te beperken.

Al eerder zagen wij als Inspectie een stapeling van risico’s op ongezond, onveilig en oneerlijk werk bij werknemers met een kwetsbare arbeidsmarktpositie. Vooral bij werkenden die laagbetaald werk verrichten, op flexibele basis. Juist zij worden nu extra getroffen door de gevolgen van corona. Een groep die daarbij extra opvalt zijn de arbeidsmigranten. Van de meldingen over besmettingsrisico’s op de werkvloer ging een onevenredig groot deel (twintig procent) over arbeidsmigranten.

De meldingen, inspecties maar ook de vele gesprekken die onze inspecteurs met hen voerden laten de complexe en knellende positie zien waarin arbeidsmigranten zich op de Nederlandse arbeidsmarkt bevinden. Het overgrote deel van hen is afhankelijk van een uitzendbureau. Voor werk maar ook voor wonen en woon-werkverkeer. Veel van hen heeft een uitzendcontract, dat per dag opzegbaar is. De inzet van de Inspectie voor deze groepen richtte zich in 2020 dan ook op het tegengaan van coronabrandhaarden én onderbetaling. Speciale aandacht kregen sectoren waar veel arbeidsmigranten werken, zoals de vleesverwerkende industrie, de pakketbezorging en de land- en tuinbouw.

Veel aandacht dus voor het risico op besmetting op de werkvloer. Een groot deel van de Nederlandse bevolking werkte echter het afgelopen jaar thuis. Structureel thuiswerken gaat gepaard met een heel ander soort arbeidsrisico’s. Stressklachten door verstoring van de balans tussen werk en privé en door toenemend gebruik van digitale communicatiemiddelen in de werkcontext. Over deze zogeheten ‘technostress’ is nog weinig bekend bij werknemers en werkgevers. De Inspectie SZW kijkt samen met andere betrokken partijen naar mogelijke oplossingen.

Het virus heeft ingrijpende gevolgen voor de arbeidsmarkt en daarmee voor het werkterrein van de Inspectie SZW in brede zin. Naast risico’s op besmetting tijdens het werk, overbelasting in sectoren waar de druk toeneemt en nieuwe risico’s door thuiswerken zien we een risico op terugval in inkomen en een grotere afhankelijkheid van voorzieningen. Dit alles heeft ook gevolgen voor de werkwijze van de Inspectie zelf.

Om onze verantwoordelijkheid te nemen ontwikkelden we nieuwe werkwijzen en aanpakken. Zo bleken inspecties door telefonisch of videocontact in bepaalde situaties en voor bepaalde typen bedrijven toereikend te zijn. Op die manier ontstond er ruimte voor inspecties ter plaatse waar dat nodig was. Intensievere en op maat gesneden communicatie, bij voorbeeld via sociale media, bleek goed te werken bij werkgevers die welwillend zijn maar waar kennis ontbreekt.

En er kwamen andere vormen van samenwerking, met nieuwe partners. Zo hebben we een bijdrage geleverd aan het Aanjaagteam Arbeidsmigranten, werkten we bij controles in de vleesverwerkende industrie samen met de veiligheidsregio’s en namen we deel in het Samenwerkingsplatform Arbeidsmigranten en Covid-19. Deze nieuwe werkwijzen en vormen van samenwerking zullen voor een deel een vaste plek krijgen in ons reguliere inspectiewerk.

Het streven naar effect ging onverminderd door. Zo is de gedifferentieerde aanpak bij arbeidsongevallen van start gegaan. Soms levert het investeren in veiligheid meer op dan het opleggen van een boete. Bij ongevallen waarbij het slachtoffer licht letsel oploopt, kunnen onze inspecteurs besluiten om de werkgever zelf een verbeterplan op te laten stellen. Dat is goed voor de veiligheid van de medewerkers. Ook is er in verschillende branches meer aandacht gevraagd voor preventie, door te voldoen aan de arbozorgverplichtingen.

Ons werk in 2020 was anders dan vooraf beschreven werd in het Jaarplan 2020. Tegelijkertijd maakte de uitbraak van COVID-19 ook ontwikkelingen zichtbaarder die ons eigenlijk al bekend waren. De urgentie om daar wat aan te doen werd alleen maar groter. De langetermijndoelen en de ambities voor 2022 blijven gelijk.

Dit is voor mij het laatste jaarverslag als inspecteur-generaal. De Inspectie SZW heeft de afgelopen tijd hard gewerkt aan meer effect voor eerlijk, gezond en veilig werk en bestaanszekerheid voor iedereen. Ik verlaat de Inspectie met het volle vertrouwen dat die koers ook de komende jaren vol overtuiging en inzet wordt vervolgd.”

Marc Kuipers

Inspecteur-generaal Sociale Zaken en Werkgelegenheid