Veilig werk 2020

Veilig werken begint bij de basis: een gezonde en veilige werkplek. Met een risicoanalyse, passende maatregelen en goede werkinstructies kunnen de risico’s op ongelukken worden verkleind. Veilig werken betekent vooruitdenken, ongevallen voor zijn en waken over elkaars veiligheid. Een goede veiligheidscultuur moet de basis voor alle werkzaamheden zijn, waarbij het belang van veilig werken voor werkgever en werknemer vanzelfsprekend is. Hieronder een aantal aansprekende voorbeelden uit het jaarverslag.

Onveilige machines en explosiegevaar bij leerbedrijf voor statushouders

Bij een bedrijf dat Arabische broodwaren produceert, blijken onveilige machines in gebruik te zijn. Het betreft een bedrijf dat statushouders met subsidie van omliggende gemeenten laat werken om ervaring op te doen en de Nederlandse taal te leren. De machines zijn vermoedelijk van buiten Europa ingevoerd en voldoen volstrekt niet aan de stand van de wetenschap en techniek. De bewegende delen zijn niet afgeschermd, waardoor werknemers bekneld kunnen raken, in de machine getrokken kunnen worden of vingers verliezen.

Bedradingen liggen los, elektrische installaties zijn niet veilig uitgevoerd en niet goed onderhouden, waardoor een stofexplosie kan optreden, met mogelijk veel slachtoffers. De risico’s van explosieve atmosferen (ATEX) zijn niet beoordeeld. Ook de in werking zijnde machines voldoen niet aan wettelijke eisen. De Inspectie legde 2 machines stil, waarmee de gehele productie tot stilstand kwam. De werkgever heeft als uitvloeisel van de inspectie direct de risico’s van explosieve atmosferen laten beoordelen en vastgelegd in een explosieveiligheidsdocument. Tevens heeft hij de machines vervangen door moderne versies, die een eventuele explosieve atmosfeer niet kunnen ontsteken (zie pagina 84 van het jaarverslag).

Ongeval met een bijzondere bromfietsen

Zowel in Nederland als daarbuiten wordt er steeds meer gebruik gemaakt van Light Electrical Vehicles (LEV) en Electrically Power Assisted Cycle (EPAC) om personen en goederen te vervoeren. Naar aanleiding van een ongeval met een LEV onderzoekt Inspectie SZW of het product aan de productregelgeving voldoet. Dat blijkt niet het geval. De betreffende LEV voldoet onder meer niet aan de eisen voor de bedienerspost, het besturingssysteem, de bedieningsorganen, de gebruiksaanwijzing en de risico’s door omvallen en kantelen. De fabrikant neemt de LEV na interventie van de Inspectie SZW uit de handel. De afnemers worden geïnformeerd over de non-conformiteiten.

Uit dit onderzoek blijkt dat op LEV’s en EPAC’s (afhankelijk van de uitvoering) diverse wet- en regelgeving van toepassing is. Bijvoorbeeld de Warenwet (en daarmee gekoppeld de Machinerichtlijn), Wegenverkeerswet, Beleidsregel Bijzondere bromfietsen, richtlijn Elektromagnetische Compatibiliteit en de Radio Apparatuur Verordening. Dit betekent dat een fabrikant met verschillende toezichthouders te maken kan krijgen. In 2020 tekenen de toezichthouders een samenwerkingsovereenkomst om toezicht en communicatie onderling op elkaar af te stemmen en te verbeteren (zie pagina 99 van het jaarverslag).

Onderzoek vrijwilligers bos- en natuurbranche

De sector bos en natuur was voor het programma Agrarisch en groen tot voor kort tamelijk onbekend terrein. De Inspectie SZW start in 2020 samen met de branchevereniging en de landschapbeheerorganisaties een verkennend onderzoek naar de kennis en houding van de beheervrijwilligers op het gebied van veilig en gezond werk. Uit het onderzoek blijkt dat vrijwilligers zich wél bewust lijken van gevaarlijke situaties en deze ook melden. Ze melden echter zelden fysieke en mentale klachten aan de leidinggevende. Het lijkt erop dat de vrijwilligers de gezondheidsrisico’s onderschatten. Het onderzoek maakt duidelijk dat de aandacht voor vooral gezond werk bij de doelgroep kan worden versterkt. De branchevereniging en de landschapbeheerorganisaties zijn voortvarend aan de slag gegaan met de onderzoeksresultaten en onderhouden nauw contact met de Inspectie (zie pagina 63 van het jaarverslag).

Wonen en werken in de bouw

Ook in de bouwsector is er een samenloop van de problematiek van wonen en werken. Eind 2020 controleren inspecteurs een kantoorpand dat verbouwd wordt tot appartementencomplex. In het gebouw treffen zij meerdere bouwvakkers aan, van wie een deel niet gerechtigd is om in Nederland te werken. Ook bestaat het vermoeden dat er asbest op illegale wijze is verwijderd. De asbestsanering was niet bij de inspectie gemeld. Maar het meest bijzondere is dat de inspecteurs constateren dat de bouwvakkers ook op de bouwplaats wonen. Er liggen matrassen, kleren en schoenen en er hangt was te drogen. Het onderzoek naar onderbetaling en andere overtredingen loopt nog (zie pagina 66 van het jaarverslag).

Korte klap, snel resultaat in de tandartsbranche

De Arbo in bedrijf-special Tandartsen respectievelijk Thuiszorg blijkt een lichte, maar zeer effectieve interventie om een sector in beweging te zetten. In de tandartsbranche is overlegd met vier betrokken werkgeversorganisaties, zijn dertig blootstellingsbeoordelingen uitgevoerd en zijn nieuwe ontwikkelingen in het gebruik van veilige naaldsystemen in gang gezet. De brancheverenigingen tonen zich zeer geïnteresseerd in de resultaten en lichten naar aanleiding van de gesprekken hun leden voor. De Arbo in bedrijf-special Thuiszorg wordt gebruikt om kleine thuiszorgorganisaties te informeren over het belang van eerlijk, veilig en gezond werk en de stand van zaken over risico’s op deze gebieden. Op het gebied van eerlijk werk is onder meer het gesprek aangegaan over de vraag in hoeverre reistijd moet worden beschouwd als werktijd en het fenomeen van dubbele banen in de sector. De bevindingen uit de Arbo in bedrijf-special dienen nu ook als info voor vervolgacties bij kleine thuiszorgorganisaties (zie pagina 73 van het jaarverslag).