Toezicht SUWI en Sociaal Domein

In 2020 is de Inspectie begonnen om haar stelseltoezichtstaak anders vorm te geven. Van risicogericht onderzoek naar toezicht dat zich richt op de volle breedte van het stelsel van werk en inkomen en de uitvoering daarbinnen. Dit stelselbrede toezicht omvat het volgen en duiden van trends en ontwikkelingen, aangevuld met verdiepende onderzoeken naar risicovolle onderdelen van het stelsel. Doel is om verklaringen te geven en mechanismen te duiden.

Het gaat onder meer over inkomensondersteuning, banenafspraak en beschut werk, werkgeversdienstverlening, armoede en schuldhulpverlening. Deze aanpak geeft inzicht in en oordelen over de uitvoering, opgebouwd vanuit de perspectieven van de uitvoering, werkgevers en cliënten. Afgezet tegen de doelstellingen van het stelsel, biedt de Inspectie verschillende stelselpartijen handvatten om de uitvoering te verbeteren en daarmee de doeltreffendheid van wetten te vergroten.

De coronacrisis heeft de ontwikkeling van de verbreding van het toezicht vertraagd. De Inspectie brengt daarom de eerste, brede stelselrapportage begin 2021 uit in plaats van in 2020. De Inspectie innoveert haar onderzoekstechnieken, voor een efficiëntere informatievergaring, zoals voor het gebruik van microdata, analyse van openbare data en het inzetten van uitvoering- en klantenpanels.

De Inspectie voert elk jaar enquêtes uit om de ontwikkelingen binnen het stelsel te volgen en op doeltreffendheid te beoordelen. De doelgroep die de Inspectie enquêteert, verschilt elk jaar. Doelgroepen zijn de uitvoeringsorganisaties, werkzoekenden en werkgevers. Daarnaast onderzoekt de Inspectie in 2021 de positie van een aantal kwetsbare groepen, zoals mensen met een arbeidsbeperking en mensen die in armoede leven of problematische schulden hebben.

De Inspectie participeert ook in 2021 in Toezicht Sociaal Domein (TSD), de samenwerking met de Inspecties Gezondheid en Jeugd, de Inspectie Justitie en Veiligheid en de Inspectie van het onderwijs. Dit toezicht richt zich op de vraag of kwetsbare jeugdigen en volwassenen tijdig de zorg en ondersteuning krijgen die zij nodig hebben. Het gaat om de uitvoering door gemeenten van de Participatiewet, de Jeugdwet, de Wet maatschappelijke ondersteuning en de Wet passend onderwijs. Daarbij wordt onder meer gekeken of de betrokken instanties goed samenwerken en de hulp waar mogelijk integraal aanbieden.