Arbeidsuitbuiting

Het programma zet in op versterking van de aanpak van arbeidsuitbuiting via preventie, detectie, het stoppen van de arbeidsuitbuiting en de zorg voor benadeelden. Het programma Arbeidsuitbuiting is de spin in het web van de vele organisaties die gezamenlijk tot een maximaal sluitende aanpak van arbeidsuitbuiting kunnen komen.

Het programma wil arbeidsuitbuiting zo effectief mogelijk stoppen. Dit gebeurt met een ‘gecoördineerde, integrale aanpak’. Dat wil zeggen dat het programma zowel de eigen wettelijke instrumenten als die van de samenwerkingspartners zo gericht mogelijk inzet. Daarnaast werkt het programma samen met andere diensten (onder andere de politie) om de slachtoffers van uitbuiting in staat te stellen zich aan de uitbuitingssituatie te onttrekken en een nieuwe positie op te bouwen.

Werknemers tijdens slaoogst

In 2020 ligt de focus op het opbouwen van deze regiefunctie en het beter geïnformeerd laten zijn van nieuwe arbeidsmigranten, onder andere via het bestand Registratie Niet-ingezetenen (RNI). Verder is in 2020 belangrijk: het ontwikkelen van digitale en financiële methoden om arbeidsuitbuiting te detecteren, het verbeteren van de samenwerking tussen toezicht en opsporing bij het opstellen en uitvoeren van het gezamenlijke Informatieplein en het verkrijgen van meer inzicht hoe slachtoffers van uitbuiting na hun ‘bevrijding’ behandeld zijn.

Het programma zet onder meer in op preventie van arbeidsuitbuiting. Dit gebeurt met voorlichting in herkomstlanden, in samenwerking met organisaties in die landen, en door het informeren van migranten bij hun komst naar Nederland. Ook wil het programma zowel binnen de Inspectie als bij andere overheidsorganisaties zoveel mogelijk medewerkers alert maken op signalen van arbeidsuitbuiting.