Boeteprocedure

Als de Inspectie SZW een of meer overtredingen constateert of een eerder geconstateerde overtreding niet is opgeheven na een waarschuwing, dan kan een boete en/of een dwangsom worden opgelegd. Hieronder vindt u de procedure die dan volgt.

Boeterapport

Als een inspecteur een overtreding constateert, dan maakt de inspecteur een boeterapport op. Hierin staat onder meer welke overtredingen een bedrijf volgens de inspecteur heeft begaan. Nadat het boeterapport is afgerond, stuurt de inspecteur het boeterapport naar de afdeling Boete, Dwangsom en Inning (BDI) van de Inspectie SZW. Tegelijkertijd ontvangt het bedrijf een kopie van het boeterapport.

Kennisgeving inzake boete

De Inspectie SZW beoordeelt het boeterapport. Als vastgesteld wordt dat de overtreding is bewezen, kan een bedrijf een boete opgelegd krijgen. Een bedrijf krijgt dan eerst een kennisgeving inzake boete. Hierin staat het voornemen om een boete op te leggen, het voorgenomen boetebedrag en een omschrijving van de overtreding. Voor elke soort overtreding is een ‘boetenormbedrag’ vastgesteld. Dit is het uitgangspunt voor de bepaling van de hoogte van de boete.

Zienswijze

Een bedrijf kan binnen twee weken op de kennisgeving inzake boete reageren door een reactie te geven. De reactie wordt zienswijze genoemd. In de zienswijze kan bijvoorbeeld worden aangegeven waarom een bedrijf het niet eens is met de boete, waarom de overtreding niet verwijtbaar is, of waarom de boete niet betaald kan worden. Er kunnen omstandigheden zijn op grond waarvan de boete kan worden gematigd. Als er geen zienswijze wordt ingediend, heeft dit verder geen gevolgen voor het recht om in bezwaar en (hoger) beroep te gaan.

Boetebeschikking

Nadat de termijn voor het indienen van de zienswijze is verstreken, ontvangt een bedrijf een beschikking inzake boete. Hierin staat of een bedrijf wel of geen boete krijgt en áls een bedrijf een boete krijgt, hoe hoog die boete is. Indien er een zienswijze is ingediend, dan wordt daarop gereageerd in de beschikking inzake boete. Mogelijk leidt de zienswijze tot een ander boetebedrag. Een bedrijf kan tegen de beschikking inzake boete bezwaar maken. Nadat de boete is opgelegd, moet de boete wel binnen de betalingstermijn worden betaald (zie verder onder Betalen op deze pagina). Het indienen van bezwaar en (hoger) beroep schort de betalingsverplichting namelijk niet op.

Bezwaar maken

Als een bedrijf het niet eens is met de boete, kan hiertegen bezwaar worden gemaakt. Dat kan door binnen zes weken na de datum van de beschikking inzake boete een bezwaarschrift in te dienen bij:

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
t.a.v. Directie Wetgeving, Bestuurlijke en Juridische Aangelegenheden
Bureau Ondersteuning
Postbus 90801
2509 LV Den Haag

In de beslissing op het bezwaar wordt de beschikking inzake boete heroverwogen. Besloten kan worden de boete in stand te laten, te verlagen of in het geheel in te trekken. Tegen de beslissing op bezwaar kan in beroep worden gegaan bij de bestuursrechter. De boete moet echter wel meteen betaald worden (zie verder onder Betalen op deze pagina). Indien de boete wordt verlaagd of ingetrokken en een bedrijf heeft de boete al betaald, dan krijgt dit bedrijf het betaalde bedrag terug, vermeerderd met de wettelijke rente.

Beroep bij de rechter

Wordt het bezwaar afgewezen en is een bedrijf het hiermee niet eens? Dan kan er beroep worden aangetekend bij de rechtbank, sector Bestuursrecht. Dit moet ingediend worden binnen zes weken na de dag waarop de beslissing op het bezwaarschrift aan een bedrijf bekend is gemaakt. In de beslissing staat bij welke rechtbank dit beroep kan worden ingediend. Hiervoor moet 'griffierecht' worden betaald. De actuele hoogte van het griffierecht is te vinden op de website rechtspraak.nl.

Hoger beroep bij de Raad van State

Is een bedrijf het niet eens met de uitspraak van de bestuursrechter? Dan kan hoger beroep aangetekend worden bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Hoger beroep moet ingediend worden binnen zes weken na de dag waarop de uitspraak door de rechtbank is gedaan. Ook hiervoor moet 'griffierecht' betaald worden.

Betalen

Als een bedrijf een boete heeft gekregen, moet de betaling vóór de vervaldatum op de rekening van het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) zijn gestort. Het rekeningnummer staat vermeld op de acceptgiro die het CJIB het bedrijf enkele dagen na de beschikking inzake boete toestuurt.

Let op: houd rekening met de tijd die de bank nodig heeft om de overboeking te verwerken.

Als de boete op de vervaldatum niet op de rekening van het CJIB is bijgeschreven, krijgt het bedrijf een aanmaning. De boete wordt dan verhoogd met de kosten van de aanmaning. Als de boete ook na een aanmaning nog niet voor de nieuwe vervaldatum is betaald, dan schakelt het CJIB een deurwaarder in. De kosten hiervan zijn voor rekening van het bedrijf. Het totale resterende bedrag van de boete wordt dan direct opeisbaar en een eventueel recht op betaling in termijnen vervalt.

Betalingsregeling

Als een bedrijf de boete niet direct kan betalen, bestaat onder bepaalde voorwaarden de mogelijkheid een betalingsregeling te treffen. Bij het indienen van de zienswijze kan een bedrijf al duidelijk maken dat de boete niet direct of niet volledig betaald kan worden. Ook nadat de beschikking inzake boete is toegezonden, kan een bedrijf nog een betalingsregeling treffen.

Zie ook