Homepage

Wordt er in uw bedrijf met ioniserende straling gewerkt? Dan houdt u zich aan strenge regels. En doet u al het mogelijke om de blootstelling van uw medewerkers aan straling te voorkomen.

Radioactieve bronnen

Ingekapselde bronnen bestaan uit een hoeveelheid radioactief materiaal in een kleine metalen capsule. U mag alleen met zo'n bron werken als u zich aan de veiligheidsregels houdt en beschermende maatregelen neemt.

Röntgentoestellen

Röntgentoestellen wekken ioniserende straling op in een röntgentbuis.Wanneer het toestel uitstaat is er ook geen straling. U gebruikt röntgentoestellen alleen in een daarvoor geschikte ruimte.

Wetten, regels en vergunningen

Werkt u met een eenvoudige toepassing van ioniserende straling? Dan heeft u wat wet- en regelgeving betreft vooral te maken met de Kernenergiewet en het Besluit stralingsbescherming.

Veilig werken met straling

Met een risicoanalyse, een goed beheersysteem en een jaarverslag weet u precies wat er op uw werkvloer gebeurt. Zo voorkomt u blootstelling aan straling en beperkt u de kans op incidenten.

Uit de praktijk: Forbo-Novilon

"Het is een behoorlijk sterke bron, maar ons bedrijf is zo ingericht dat de medewerker altijd achter een beschermende wand van plexiglas staat."

U heeft alle deskundigheid in huis

Om uw verantwoordelijkheden na te komen, hebt u stralingsdeskundigen nodig. Welk opleidingsniveau uw stralingsdeskundigen nodig hebben, hangt af van de bron of het toestel waar u mee werkt.

Sluiten

Klik op een icoon om te delen met anderen

Gezond en veilig werken met ioniserende straling

U werkt veilig met straling. Weet u dat zeker?

Uw werknemers hebben het recht om hun werk te doen in een gezonde en veilige omgeving. Ioniserende straling kan zeer ernstige schade aan de gezondheid veroorzaken. Ook een lage dosis straling kan bijvoorbeeld leiden tot dodelijke kanker. Wordt er in uw bedrijf met ioniserende straling gewerkt? Dan houdt u zich aan strenge regels. En doet u al het mogelijke om de blootstelling van uw medewerkers aan straling te voorkomen.

Heeft u maatregelen genomen om de gezondheid en veiligheid van uw medewerkers te beschermen? Heeft u alle deskundigheid die u nodig heeft in huis? Of weet u dat niet helemaal zeker? Deze publicatie helpt u en uw medewerkers veilig te werken met straling.

Iedereen die werkt, heeft recht op een gezonde en veilige werkplek

Zodat wij allemaal, nu én in de toekomst, vitaal en ongeschonden ons werk kunnen doen. De Inspectie SZW ziet er op toe dat bedrijven de risico's van werken met straling kennen en maatregelen nemen om die risico's te beheersen.

Deze publicatie geeft u een overzicht van de belangrijkste regels en aandachtspunten bij het werken met ioniserende straling. In de wet- en regelgeving staan de precieze regels waar u zich aan moet houden. U vindt de actuele wetsteksten op wetten.overheid.nl

Inspectie SZW / 2015

Gesloten of ingekapselde bronnen

Ingekapselde bronnen bestaan uit een hoeveelheid radioactief materiaal dat is vastgezet op een bepaald dragermateriaal. Deze bron bevindt zich in een kleine metalen capsule. Het omhulsel zorgt er voor dat zich onder normale omstandigheden geen radioactief materiaal verspreidt in de omgeving. Vaak wordt deze capsule geplaatst in een cilinder van lood. De cilinder van lood wordt geplaatst in een bronhouder. De bronhouder heeft een opening waardoor straling kan vrijkomen.

Wat doet u met uw bron?

  • Steriliseren, bijvoorbeeld voedsel of verpakkingen
  • Metingen doen, bijvoorbeeld het niveau van een vloeistof bepalen
  • Niet destructief onderzoek, bijvoorbeeld het vochtgehalte van beton meten
  • Medisch behandelen, zoals bij brachytherapie (bijvoorbeeld het inbrengen van bronnetjes in een prostaat)

Werken met ingekapselde bronnen

Wie werkt met straling moet zich aan veiligheidsregels houden en beschermende maatregelen nemen. U gebruikt de bron alleen binnen die omstandigheden waarvoor hij is ontworpen. U gebruikt hem zeker niet onder zwaardere omstandigheden. Wanneer u de bron niet gebruikt, bewaart u die in een goed afgesloten bergplaats, speciaal gemaakt voor de opslag van radioactieve stoffen. Zeker eenmaal per jaar checkt u of de bron niet lekt, door de buitenkant te controleren op besmetting met radioactief materiaal. Is dat het geval, dan mag u de bron niet meer gebruiken.

Nannoka Vulcanus, Doetinchem

IJzergieterij Nannoka Vulcanus gebruikt een kobalt-60 bron om de vullingsgraad in de oven te meten. Zou er teveel schroot ineens in de oven terecht komen, dan zou dat grote beschadigingen opleveren aan de installatie.

Van oudsher zijn er in de omgeving van Doetinchem veel gieterijen, vanwege de nabijheid van ijzererts en houtskool. “Waar de grondstoffen zitten, daar vestigden zich van oudsher deze industrieën. Dat gold in 1750, maar dat geldt nu nog steeds”, vertelt directeur Grietinus Kamps. Gieterij Nannoka Vulcanus is een van de laatste bedrijven uit de regio die nog in werking is. De producten die het bedrijf maakt, zijn onder meer tandwielkasten en andere gegoten onderdelen voor voertuigen. Kamps: “Wij leveren aan multinationals die vestigingen hebben in Europa, maar de eindproducten gaan soms de hele wereld over.”

Het zijn vooral de grotere metaalgieterijbedrijven met een koepeloven die een radioactieve bron gebruiken om de vullingsgraad (het niveau) in de oven te meten. Herman van Kampen (hoofd van de technische dienst) licht de werking van de smeltoven toe: “De oven wordt aan de bovenzijde gevuld met grotendeels circulaire (oftewel herbruikbare) grondstoffen, zoals schroot en overig legeringsmateriaal. Na verhitting komt er vervolgens aan de onderkant vloeibaar metaal uit waarmee de gietvormen op de vormlijn worden gevuld.” Het vullen van de smeltoven met grond- en hulpstoffen is een geautomatiseerd proces. Volgens een bepaald ‘recept’ worden de ingrediënten afgewogen en samengesteld per lading in een elektrisch aangedreven lorrie. De inhoud van de lorrie wordt vervolgens met een lift 15 meter omhoog gebracht. Op deze wijze wordt de smeltoven continu aan bovenzijde aangevuld met te smelten materiaal.

Lees meer

“Het proces loopt 16 uur per dag door”, aldus Herman van Kampen. “Je wilt dus niet hebben dat de oven te vol raakt. Dat creëert storingen in het vulproces waardoor de temperatuur bovenin te hoog wordt en de transportinrichting beschadigd kan raken.” Om dit soort processtoringen te voorkomen, zit er een isotoop in de ovenwand: een kobalt-60 bron. Aan de andere kant van de oven zit een zogenaamde ontvanger, een apparaatje dat het signaal van de isotoop opvangt. Met dit signaal wordt gemeten hoe vol de oven is.

Maar waarom is er een radioactieve bron nodig om het vulniveau te meten, kan dat niet eenvoudiger? “We hebben al heel veel mensen en organisaties met alternatieve systemen op bezoek gehad, maar steeds blijkt de radioactieve bron de meest zekere meting op te leveren”, zegt Van Kampen. “Je hebt met hoge temperaturen te maken. Onderin de oven is het 1800°C, bovenin zo’n 250°C, maar bij het opstarten kan de temperatuur ook bovenin de oven tot 450°C oplopen. Je hebt ook met rookontwikkeling te maken, en dat maakt een infraroodmeter bijvoorbeeld onbruikbaar.”

Als hoofd van de technische dienst is Herman van Kampen ook de stralingsdeskundige van ijzergieterij Nannoka Vulcanus. Nieuwe medewerkers krijgen van hem een training en schriftelijke instructie voor het omgaan met de stralingsbron en één keer per jaar houdt hij voor alle medewerkers een presentatie over de gevaren van het werken met straling.

De verbrandingsoven is niet volcontinu in bedrijf. Als het proces langer dan 72 uur stil ligt – bijvoorbeeld wanneer de oven gerepareerd moet worden of in de vakantie – wordt de kobalt-60 bron uit de oven genomen en in een speciale bergplaats in de grond gestopt. “Deze 72 uur is trouwens geen wettelijk voorschrift meer, maar wij doen het voor de zekerheid toch”, zegt Van Kampen. “De operator die dienst heeft haalt dan de kobalt-60 bron uit de ovenwand, zet die in een emmertje van lood en plaatst vervolgens dat emmertje onder de grond. Die operator heeft daar een speciale instructie voor gehad.”

Lees meer

“Op de werkvloer werken mensen die niet vakmangeschoold zijn tot aan mensen die een TU-opleiding hebben gehad. We hebben allerlei pluimage onder één dak”, vertelt directeur Grietinus Kamps. “Je moet iedereen wel leren omgaan met procedures en instructies. In hun handelingen staan mensen niet altijd stil bij de gevaren van het werken met straling.”

Om te voorkomen dat er dingen mis gaan, zijn er strenge procedures voor het verplaatsen van de kobalt-60 bron. Het proces is bovendien zó ingericht dat vergissingen worden uitgesloten: wanneer de radioactieve bron zich in de oven bevindt, is dat zichtbaar op het schuifbord bij de ingang van het ovengebouw. Deze procedures maken het voor derden, bijvoorbeeld voor de brandweer, in één oogopslag duidelijk waar de bron zich bevindt.

Procedures zijn één ding, een goede veiligheidscultuur is ook nodig om op een verantwoorde manier met radioactieve bronnen te werken. Volgens directeur Grietinus Kamps is het van belang dat de verantwoordelijkheden verdeeld in de organisatie liggen, bij het management én bij specialisten. “De leidinggevende stuurt de mensen op de werkvloer aan. Soms kan een werkinstructie in de praktijk niet handig blijken, dan moet je die in samenspraak met de stralingsdeskundige aanpassen.”

De intensiteit van de kobalt-60 bron is laag, weet stralingsdeskundige Herman van Kampen. “Oorspronkelijk had hij een bronsterkte van 111 megabecquerel, maar nu meet hij nog maar 1,5 megabecquerel. Door het voortschrijden van de technologie worden de ontvangers steeds beter, waardoor je met een veel lagere bronsterkte even goede metingen kunt doen.”

Het is belangrijk dat een bedrijf van tevoren alle mogelijke risico’s in kaart brengt en bij Nannoka Vulcanus doet Herman van Kampen dit in samenwerking met een coördinerend Stralingsdeskundige van Applus RTD. “Wij laten ook elk jaar metingen verrichten door Applus RTD. De deskundigen die komen controleren hebben minimaal niveau 3A.” Applus RTD geeft ook trainingen waar Van Kampen eens in de paar jaar gebruik van maakt. “Het is theoretische kennis die je al hebt, maar af en toe een opfriscursus kan geen kwaad. Bovendien kom je bij zulke cursussen mensen uit heel andere bedrijfstakken tegen en kun je ervaringen uitwisselen. Dat is soms echt een eyeopener.”

Hulpmiddelen

  • NEN-EN-ISO 2919:2014 Gesloten radioactieve bronnen Algemene eisen en classificatie
    nen.nl

Röntgenstraling

Röntgentoestellen wekken ioniserende straling op in een röntgenbuis. Omdat het ene materiaal röntgenstraling meer absorbeert dan het andere, kun je bepaalde materialen met röntgen zichtbaar maken. Wanneer het toestel uitstaat, is er ook geen straling. Dat betekent dat medewerkers in de ruimte waar het toestel staat het ene moment wel en het andere moment niet bloot kunnen staan aan straling.

Wat doet u met uw toestel?

  • Foto's nemen van het inwendige van mensen en dieren, bijvoorbeeld van botbreuken of een gebit
  • Bagage of de inhoud van verpakkingen controleren, bijvoorbeeld op een luchthaven
  • Wetenschappelijk onderzoek, bijvoorbeeld materiaal onderzoeken met behulp van röntgendiffractie
  • Niet-destructief onderzoek, bijvoorbeeld lasnaden controleren

Werken met röntgentoestellen

Wie werkt met straling, moet zich aan veiligheidsregels houden en beschermende maatregelen nemen. Voor röntgentoestellen geldt onder andere dat u die alleen in een geschikte ruimte gebruikt. Dat wil zeggen: een ruimte die is afgestemd op het soort toestel dat u heeft en die ervoor zorgt dat er niet meer straling buiten de ruimte kan komen dan wettelijk is toegestaan. Is een aparte ruimte niet mogelijk, dan zet u een stuk ruimte af waar alleen bevoegden mogen komen. Het toestel heeft een eigen, speciale omkasting. U zorgt voor zoveel mogelijk afstand tussen uw medewerkers en het toestel. Iemand zonder toestemming kan het toestel niet aanzetten, en mensen kunnen tijdens het bestralen niet zomaar binnenkomen in de kamer waar het toestel staat.

Iprenburg Herniakliniek, Veenhuizen

Het werken met een C-boog op een operatiekamer vereist de nodige bescherming tegen straling. OK-medewerkers moeten niet alleen steriele kleding aan, maar ook een loodschort en om de nek een loodkraag om de schildklier te beschermen.

De herniakliniek van orthopedisch chirurg Menno Iprenburg is gespecialiseerd in endoscopische herniachirurgie door middel van de PTED-techniek. Dit is een minimaal invasieve techniek, waarbij door een klein sneetje van 8 millimeter via de zij een endoscoop in het wervelkolom wordt ingebracht. Een endoscoop is een camera met daarin een werkkanaal, waardoor de chirurg met verfijnde instrumenten de hernia kan verwijderen. Zowel hernia’s als stenose (vernauwing van het wervelkanaal) komen in aanmerking voor deze techniek. De ingreep gebeurt onder plaatselijke verdoving, waardoor patiënten uiterst snel weer op de been zijn. De behandeling slaat goed aan. Mensen die bij binnenkomst vergaan van de pijn, zijn doorgaans na de ingreep van hun pijnklachten af.

“Het is heel gespecialiseerd werk en wij zijn de enige kliniek die het op deze manier doet”, zegt Arnoud Schuurman (CFO Iprenburg Herniakliniek). “Mensen komen vanuit de hele wereld en uit heel Nederland naar Veenhuizen toe. Het voorbereidend werk, de beoordeling van de MRI-scan bijvoorbeeld, wordt door dokter Iprenburg van tevoren gedaan. Tijdens het 45 minuten durende consult wordt uitgelegd wat de behandelmogelijkheden zijn.” Twee dagen per week voert men in de herniakliniek operaties uit, de overige dagen zijn gevuld met consulten. De eerste patiënt ligt om acht uur op de operatietafel, en nadat de tweede patiënt geopereerd is, loopt patiënt nummer één alweer zelfstandig de kliniek uit. “Het is hier net Lourdes”, grapt Schuurman, “Met dat verschil dat Lourdes door de zorgverzekeraars vergoed wordt en onze hernia-ingrepen niet. Je ziet een hoop huilende mensen op de gang, van blijdschap omdat ze weer kunnen lopen.”

Lees meer

Arnoud Schuurman is verantwoordelijk voor de organisatorische kant van de kliniek en heeft daarom ook met stralingsregels te maken. Tijdens de rugoperaties worden er röntgenopnamen gemaakt met een zogenaamde C-boog (een apparaat in de vorm van de letter ‘C’, waardoor het om de patiënt heen kan draaien). De chirurg kan op de röntgenfoto zien of het buisje van de endoscoop op de goede plek zit. Bij de aanschaf van het apparaat, een FlexiView 8800 van General Electric, stond de herniakliniek wel een verrassing te wachten. Schuurman: “We wisten niet dat we voor het gebruik van de C-boog een vergunning op grond van de Kernenergiewet moesten aanvragen. Daar hadden we het met de leverancier nooit over gehad, volgens mij vonden zij dat vanzelfsprekend.” De vergunningaanvraag was geen sinecure, het duurde maanden voordat alle benodigde onderzoeken waren uitgevoerd en op basis van de bevindingen een vergunning werd verstrekt. Het inhuren van de firma

Radiation Experts om een risicoanalyse uit te voeren, kostte het bedrijf bovendien duizenden euro’s.

Schuurman vertelt: “We hebben samenwerking gezocht met de klinisch fysicus van het Martini Ziekenhuis in Groningen. Toen wij een vergunning voor het werken met een C-boog aanvroegen, hebben we zijn hulp ingeroepen en ook als er iets aan de apparatuur of aan de regelgeving verandert, consulteren wij deze stralingsdeskundige. Als kleine kliniek kunnen we nooit een klinisch fysicus in loondienst hebben: wat zou zo’n man de hele dag moeten doen? Zelfs het Wilhelmina Ziekenhuis in Assen heeft geen eigen klinisch fysicus.” Bij risicoanalyses roept de herniakliniek sowieso graag expertise van buiten in, “Anders wordt het toch ‘wij van wc-eend adviseren wc-eend’”, meent Arnoud Schuurman.

Lees meer

De herniachirurg, dokter Menno Iprenburg, is de stralingsdeskundige binnen de herniakliniek. Hij beschikt over stralingsdeskundigheid op niveau 4, het niveau dat voor medisch specialisten vereist is. Als stralingsdeskundige is hij ook verantwoordelijk voor de manier waarop de medewerkers met het röntgenapparaat omgaan. Hebben de OK-medewerkers hun loodschorten aan tijdens het stralen? Arnoud Schuurman vertelt dat de procedures zó zijn ingericht, dat het praktisch onmogelijk is om zonder loodschort in de operatiekamer terecht te komen. Schuurman: “Voordat de medewerkers naar de operatiekamer gaan, moeten zij zich omkleden in zo’n blauw steriel pak, met klompen, met een muts en een mondkapje. Als je van de kleedkamer naar de OK loopt, dan moet je een loodschort pakken en zo’n kraag die met klittenband om je nek gaat om je schildklier te beschermen. Het is logistiek zó georganiseerd, dat het onmogelijk is om de bescherming tegen straling te vergeten.”

Mocht iemand de procedures aan de laars lappen, dan zijn er altijd nog kritische collega’s die elkaar daarop aanspreken, aldus Arnoud Schuurman. “Dan zou dat onmiddellijk tijdens een werkoverleg aan de orde worden gesteld.”

Bij de terugkerende risicoanalyses wordt er gekeken naar het lood in de wanden, naar de loodschorten die gebruikt worden en naar het systeem van de

dosiscontrolemiddelen (badges). Schuurman: “Alle medewerkers dragen standaard badges die hun persoonlijke blootstelling aan straling meten. Die badges zijn op naam gesteld, zodat ook de blootstelling die de medewerkers bij een ander ziekenhuis oplopen, wordt meegerekend. Elke vier weken worden die badges opgestuurd naar het lab en wordt berekend hoeveel straling de medewerker heeft opgevangen. Stel dat er iets mis zou zijn met de apparatuur – je hebt immers niet elke week controle – dan blijkt dat direct uit de persoonsdosimetrie.”

Een bedrijf dat met straling werkt, heeft te maken met overheidsinspectie, maar ook de fabrikant test de C-boog regelmatig. “Jaarlijks komen er technici van General Electric op bezoek om allerhande veiligheidstesten uit te voeren”, aldus Schuurman. “Die zijn dan gerust een hele dag aan het apparaat aan het knutselen. Op die manier gaat zo’n C-boog natuurlijk heel lang mee.” Iprenburg Herniakliniek gebruikt het röntgenapparaat niet op alle doordeweekse dagen, maar hanteert dezelfde onderhoudsfrequentie als grote ziekenhuizen. Schuurman: “Als kleine kliniek kun je je natuurlijk geen enkele misstap veroorloven, dan ben je niet langer in business.”

Wetten en regels

Werkt u met een eenvoudige toepassing van ioniserende straling? Dan heeft u wat wet- en regelgeving betreft vooral te maken met de Kernenergiewet en het Besluit stralingsbescherming.

De Kernenergiewet regelt algemene zaken rond kernenergie en straling, en biedt de mogelijkheid aan de regering om bijzondere regelingen te treffen. Zo kan de overheid snel reageren op ontwikkelingen in techniek en wetenschap. Eén van die regelingen is het Besluit stralingsbescherming, dat meer in detail regelt hoe mensen beschermd moeten worden tegen blootstelling aan straling. Het besluit geeft onder andere regels voor vergunningen, deskundigheid en blootstelling.



Rechtvaardiging, ALARA en dosislimiet

Is het gerechtvaardigd dat u straling gebruikt? Is de blootstelling zo laag als redelijkerwijs mogelijk (ALARA) is? Wat is de dosislimiet voor uw werknemers? In de wet- en regelgeving rond straling en stralingsbescherming staan de thema's rechtvaardiging, ALARA en dosislimiet centraal. Bij rechtvaardiging draait het om de vraag of u het kunt verantwoorden straling te gebruiken voor een taak of proces. Als er een alternatief is dat tot dezelfde resultaten leidt, is het gebruik van straling niet toegestaan. ALARA staat voor: as low as reasonably achievable (zo laag als redelijkerwijs mogelijk). U stelt mens en milieu niet aan meer straling bloot dan strikt noodzakelijk is. En u neemt alle mogelijke (en verplichte) maatregelen om die blootstelling zo laag mogelijk te houden of te voorkomen. In de Kernenergiewet staan dosislimieten: de maximale dosis straling die mensen jaarlijks mogen ontvangen. Dosislimieten zijn er om te voorkomen dat mensen een te hoge dosis ioniserende straling ontvangen. Dosislimieten mogen nooit worden overschreden!



Vergunningen en meldingsplicht

U kunt niet zonder meer met een stralingsbron werken. Voor bepaalde bronnen heeft u een vergunning nodig. Andere, meestal kleinere bronnen moet u melden bij de Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming (ANVS). In hoofdstuk vier van het Besluit stralingsbescherming staat in welke gevallen u een vergunning nodig heeft of een melding moet doen. Let op: voor meerdere kleinere vergunningsvrije bronnen heeft u vaak toch een vergunning nodig, omdat zij samen optellen (sommatie) tot een vergunningsplicht.


Vergunning

Voor de meeste handelingen met radioactieve stoffen en voor bepaalde toestellen heeft u een vergunning nodig. Bijvoorbeeld voor het bewerken van producten met straling, of voor het gebruiken van radioactieve stoffen voor medische therapie. U vraagt een vergunning aan bij de ANVS. Houd er rekening mee dat die procedure 8 weken tot een half jaar kan duren.

Melding

Heeft u geen vergunning nodig voor handelingen met een toestel of een bron, dan moet u die handelingen meestal melden bij de ANVS. Bijvoorbeeld bij de toepassing van een nikkel-63 bron voor een gaschromatograaf. U meldt van tevoren dat u een toestel of bron gaat gebruiken. Als u het toestel of de bron niet langer gebruikt, meldt u deze handeling ook weer af. Uw melding moet drie weken voor het eerste gebruik binnen zijn bij de ANVS.

Kleinere toestellen

Heeft u een toestel met een maximale hoogspanning van 30 kilovolt? Of dat behoort tot een type dat door de minister is goedgekeurd? Dan hoeft u handelingen daarmee niet te melden bij de ANVS. Maar de regels uit de Kernenergiewet en de bijbehorende regelingen gelden ook voor u!

Alles op orde?

Heeft u een risicoanalyse opgesteld? Heeft u een stralingshygiënisch jaarverslag over het afgelopen jaar? Is uw beheersysteem op orde?

U neemt maatregelen die blootstelling aan straling voorkomen. En u beperkt de kans op incidenten. Om dat goed te kunnen doen is het belangrijk dat u alle risico's in kaart heeft. Met een risicoanalyse, een goed beheersysteem en een jaarverslag weet u precies wat er op uw werkvloer gebeurt.


Risicoanalyse
Voordat uw werknemers mogen werken met een bron van ioniserende straling, moet u een risicoanalyse laten maken. Dit gebeurt altijd door of onder toezicht van een coördinerend stralingsdeskundige. In de risicoanalyse staat onder meer:

  • welke werkzaamheden er worden verricht met straling;
  • welke maatregelen u heeft genomen om blootstelling te voorkomen of beperken;
  • aan welke dosis straling uw werknemers ieder jaar bloot staan;
  • in welke ruimten uw werknemers aan straling bloot kunnen staan.

In de Regeling stralingsbescherming werknemers 2014 staat een aantal specifieke criteria en uitwerking voor de risicoanalyse.

Jaarverslag
Ieder jaar maakt uw stralingsdeskundige een intern stralingshygiënisch jaarverslag. Daarin staat wat er dat jaar in uw bedrijf allemaal is gedaan en gebeurd op het gebied van ioniserende straling. In het jaarverslag staat welke bronnen u heeft, waar die staan en of er met de bronnen iets gebeurd is dat niet onder het normale gebruik valt. Daarnaast staat er bijvoorbeeld in welke controles en onderhoudsbeurten er hebben plaatsgevonden.

Beheersysteem
In een inzichtelijk beheersysteem houdt u alle gegevens over stralingsbescherming bij. Digitaal of op papier bewaart u alle relevante stukken en houdt u die actueel. In het systeem zitten stukken als vergunningen, plattegronden, registraties, onderhoudsrapporten, enzovoort.

Vergunningen en meldingsplicht

Uw medewerkers kunnen op twee manieren bloot staan aan straling: uitwendige bestraling van het lichaam en inwendige bestraling door het inademen of inslikken van radioactief materiaal. Gezond en veilig werken met straling betekent dat u uw medewerkers tegen beide vormen van blootstelling beschermt.

Beschermen tegen uitwendige straling

  • Scherm de bron af met materiaal dat straling tegenhoudt;
  • Vergroot de afstand tussen de bron en personen;
  • Houd de tijd dat iemand in de buurt van een bron is zo kort mogelijk.
  • Zijn er na die maatregelen nog steeds risico's? Draag dan persoonlijke beschermingsmiddelen, zoals een loodschort.

Beschermen tegen inwendige straling
Werk in een speciaal ingericht laboratorium: een radionuclidenlaboratorium. En neem daarbij onder andere de volgende veiligheidsmaatregelen:

  • Voer werkzaamheden uit in een zuurkast met luchtafzuiging;
  • Draag beschermende kleding en handschoenen;
  • Eet of drink niet in de ruimte waar u met radioactieve stoffen werkt.

Voorschriften
Samen met uw medewerkers zorgt u voor gezond en veilig werken: u kent de risico's, neemt maatregelen om die te beheersen en u houdt zich samen aan de afspraken en regels. Daarbij volgt u in ieder geval de voorschriften uit het Besluit stralingsbescherming en, als dat aan de orde is, uit de vergunning die u heeft gekregen van de ANVS.

Enkele voorschriften:
U geeft voorlichting en (schriftelijke) instructie aan uw medewerkers over werken met straling. En u ziet er op toe dat zij zich houden aan die instructies.

Als dat nodig is, richt u bewaakte of gecontroleerde zones in. U markeert duidelijk waar die zones zijn, en geeft alleen toegang tot de zones aan bevoegde medewerkers.

U bergt uw bronnen op in een geschikte en afgesloten bergplaats, waar u geen andere spullen bewaart. Alleen bevoegde medewerkers hebben toegang tot die bergplaats.


U controleert regelmatig, maar zeker eenmaal per jaar of al uw beveiligingsmaatregelen nog werken. Daarbij kijkt u onder andere opnieuw naar de risicoanalyse: kloppen alle uitgangspunten nog? Is er iets veranderd?

U monitort de dosis straling waaraan medewerkers bloot staan. Dit doet u door hen een persoonlijk dosiscontrolemiddel, zoals een tld-badge, te laten gebruiken. Medewerkers die aan hoge doses bloot staan (categorie A) worden ieder jaar gecontroleerd door een stralingsarts.

U laat afgedankte bronnen en afval afvoeren door de leverancier of een ander bedrijf met een vergunning dat te doen. Radioactief afval wordt meestal afgevoerd naar de COVRA, de Centrale Organisatie voor Radioactief afval.

Forbo-Novilon, Coevorden

Om de dikte van vloerbedekking exact te kunnen meten, gebruikt het bedrijf Forbo-Novilon een meetinstallatie met een strontium-90 bron. “Het is een behoorlijk sterke bron, maar ons bedrijf is zo ingericht dat de medewerker altijd achter een beschermende wand van plexiglas staat.”

Forbo-Novilon in Coevorden is één van de grootste fabrikanten van linoleumvloeren ter wereld. De linoleumvloeren van tegenwoordig zien er allang niet meer hetzelfde uit als in de jaren ’70 van de twintigste eeuw: tegenwoordig is het product veel harder en kan het sprekend op een stenen of een houten vloer lijken. “Vroeger maakten we vooral verende vinyl, de laatste jaren is hard vinyl de trend”, zegt Jan Pruisscher (hoofd van de technische dienst). “We zitten in het hogere segment van de markt en bieden vooral kwalitatief betere en daarmee ook duurdere producten aan.”

De vloeren van Forbo-Novilon bestaan uit verschillende componenten, zo vertelt Pruisscher. “De eerste laag is een drager van glasvlies, daar bovenop wordt een bedrukkingslaag gezet en die wordt weer afgedekt met een toplaag en een slijtlaag. Bij het opbrengen van de lagen wordt de dikte ervan heel precies gemeten. Daarvoor wordt een radioactieve bron gebruikt.” Bij het uitleveren van vloerbedekking moet de klant de zekerheid hebben dat het product overal exact even dik is. Het is daarom belangrijk dat de verschillende lagen met grote precisie worden afgemeten. Volgens Jan Pruisscher is zelfs infraroodtechnologie niet secuur genoeg wanneer je met pvc werkt. Daarom gebruiken ze een Honeywell Measurex meetsysteem met een radioactieve bron die dwars door het materiaal heen meet.

Lees meer

“In het meetapparaat zit een strontium-90 bron die bètastralen uitzendt”, zegt Pruisscher. De vloerbedekking zit op een baan van 4 meter breed als het laag voor laag wordt opgebouwd. De inrichting met de radioactieve bron kruist met een grote zigzagbeweging over de brede baan en controleert daarbij voortdurend de dikte van het product. De strontium-90 bron zit in een houder en die is weer voorzien van beschermingsmiddelen. Voor de medewerkers is het in één oogopslag duidelijk als de bron open is: dan brandt er namelijk een rode lamp op de machine. Wanneer de bron gesloten is, gaat er een groene lamp aan.

Als hoofd van de technische dienst is Jan Pruisscher tevens de stralingsdeskundige van het bedrijf. Daarmee is het zijn verantwoordelijkheid dat alle medewerkers op een veilige manier met de stralingsbron werken. Allereerst zorgt de omgeving ervoor dat mensen niet te dicht bij de strontiumbron kunnen komen. Pruisscher:

“De plek waar men staat om het apparaat te bedienen, is helemaal afgeschermd met plexiglas. Bètastralen kun je immers met kunststof tegenhouden.”

“Het is mijn taak om de medewerkers op de hoogte te houden van de veiligheidsregels en de eventuele veranderingen daarvan”, zegt Pruisscher. Pruisscher heeft een blad gemaakt voor de medewerkers om hen voor te lichten over de gevaren van het werken met straling. De strontium-90 bron is een behoorlijk sterke bron. “Toch moet je het ook relativeren. Het meetapparaat veroorzaakt in de directe nabijheid een stralingsbelasting van 0,0003 millisievert per uur; een röntgenfoto bij de tandarts levert al gauw een veelvoud op, hoewel dat tegenwoordig ook is teruggeschroefd.”

Lees meer

“Jaarlijks doe ik verslag aan de directie”, aldus Pruisscher. “Daarin vermeld ik dan ook dat een bepaald stickertje niet meer goed leesbaar was en dat ik dat vervangen heb. Dit is het niveau van de ‘incidenten’. Als je de procedures eenmaal op orde hebt, dan is het beheer niet zo moeilijk. Buiten dat er een keer een stickertje miste of een lampje niet goed werkte, draaien we al twaalf jaar feilloos.”

Kritische medewerkers in de fabriek helpen mee om de veiligheid bij Forbo-Novilon te waarborgen. Jan Pruisscher vertelt: “Mensen komen regelmatig met vragen over werken met straling. Als ik het antwoord zelf niet weet, dan geven we een kennisinstelling de opdracht om de vraag uit te zoeken. Zo vroeg iemand zich af of de vloerbedekking zélf niet radioactief wordt door de straling van het meetapparaat. Een goede vraag natuurlijk, want het is niet de bedoeling dat onze vinyl licht gaat geven.” Het antwoord bleek ‘nee’.

Regelmatige controle van het meetapparaat is uitbesteed aan het bedrijf Applus RTD. “We hebben een contract met Applus RTD. Hun inspecteurs verrichten jaarlijks metingen aan de bron.” Daarnaast wordt de

installatie ook onderhouden door de fabrikant, Honeywell. Ten slotte doet Forbo zelf drie à vier keer per jaar een eigen meting, “Maar daarbij kijken we alleen of er een afwijking is in de straling, of de kracht van de bron verminderd is. Ik kan zelf geen veegtest uitvoeren”, zegt Pruisscher. Bij een veegtest, uitgevoerd door de fabrikant van het apparaat, wordt een doekje dat in vloeistof is gedompeld, over de onderkant van de stralingsbron gewreven. Als een bron lek is, is dat af te lezen aan de afgewreven activiteit op het doekje. “Een lek zijn we echter nog nooit tegen gekomen. We doen al die testen dus al tien jaar lang zinloos”, grapt Pruisscher.

De installatie van Forbo-Novilon is vergunningplichtig en om de vergunning te krijgen moet het bedrijf een uitgebreide risicoanalyse uitvoeren. Ook die wordt in samenwerking met Applus RTD uitgevoerd. Per 1 januari 2015 moeten bedrijven een nieuwe risico-inventarisatie doen omdat de wettelijke regels zijn veranderd. Pruisscher: “Onze installatie voldeed al aan de nieuwe normen, alleen ons noodplan moet iets aangepast worden. Dat kost ons wel weer zeshonderd euro.”

U bent als werkgever verantwoordelijk voor het veilig werken met straling. Om uw verantwoordelijkheden na te komen, hebt u stralingsdeskundigen nodig. In sommige gevallen mag alleen de stralingsdeskundige een bepaalde handeling verrichten. Andere handelingen kunnen door uw werknemers worden verricht, onder toezicht van de stralingsdeskundige.

Welk opleidingsniveau uw stralingsdeskundigen nodig hebben, hangt af van de bron of het toestel waar u mee werkt:

  • niveau 5A: toezicht op (beperkt aantal) toepassingen van ingekapselde bronnen of röntgentoestellen met gering blootstellingsrisico;
  • niveau 4A: toezicht op toepassingen van ingekapselde bronnen of toestellen met een matig blootstellingsrisico of bij een groter aantal toepassingen;
  • niveau 3: alle taken van niveau 4 en 5 plus toezicht op het werken met open radioactieve stoffen.

Er zijn ook stralingsdeskundigen op het hoogste niveau 2. Zij coördineren stralingsbescherming bij instellingen met een complexvergunning; dat wil zeggen instellingen waar op verschillende plaatsen met verschillende vormen van straling wordt gewerkt.

Toezichthoudend en coördinerend stralingsdeskundigen
Toezichthoudend stralingsdeskundigen voeren handelingen met straling uit, of houden daar toezicht op. Zij controleren of medewerkers de instructies en voorschriften naleven en beschermingsmiddelen goed gebruiken. Meestal stellen werkgevers daarvoor een stralingsdeskundige aan, maar u kunt als werkgever van een klein bedrijf ook zelf die rol vervullen. U moet dan natuurlijk wel aan alle opleidingseisen voldoen.

Coördinerend stralingsdeskundigen zorgen er voor dat u aan wet- en regelgeving voldoet. Zij houden toezicht op en coördineren alle zaken die met stralings­bescherming te maken hebben. Vanaf 1 januari 2015 mag u bepaalde handelingen alleen door of onder toezicht van een coördinerend stralingsdeskundige laten uitvoeren.

Swipe naar linksSwipe naar rechts