Certificering arbodiensten en arbodeskundigen nog te weinig garanties

De certificatie van arbodiensten en arbodeskundigen moet verbeterd worden. Er moet meer naar de praktijk gekeken worden. Certificering van de arbozorg is meer dan papier alleen, vindt de Inspectie dan ook.

Gezonde en veilige arbeidsomstandigheden zijn belangrijk. De verantwoordelijkheid hiervoor is bij de werkgevers gelegd. Voor onder meer het toetsen en adviseren van Risico Inventarisatie en Evaluatie (de RI&E) is de werkgever verplicht deskundige bijstand in te schakelen door gecertificeerde arbodiensten of gecertificeerde deskundigen. Deze certificering wordt uitgevoerd door certificerende instellingen (cki’s). Het betreft vier cki’s, die alle arbodiensten (die wettelijke taken uitvoeren) en alle deskundigen certificeren. Het nu uitgevoerde onderzoek van de Inspectie is dan ook gericht op deze cki’s. In andere inspectieprogramma’s van de Inspectie is aandacht voor de arbozorg die door de werkgever geboden wordt.

Certificering arbodiensten
De Inspectie is van oordeel dat de cki’s die arbodiensten certificeren, dit nauwgezet doen als het gaat om de kwaliteitssystemen. Wel is de Inspectie van mening dat de focus van de audit niet alleen op het kwaliteitssysteem gericht moet zijn, maar ook op de output, oftewel de daadwerkelijke uitvoering. Daarnaast is de Inspectie van mening dat de afwijkingen die geconstateerd worden door de cki’s op gelijke wijze beoordeeld  moeten worden. Op dit moment vindt dat onvoldoende helder en uniform plaats. Dit is naar het idee van de Inspectie noodzakelijk om rechtszekerheid te borgen en de schijn van partijdigheid te vermijden.
 

Certificering arbodeskundigen 

Certificatie vindt ook plaats voor individuele arbodeskundigen, zoals arbeidshygiënisten, hogere veiligheidsdeskundigen en arbeids- en organisatiedeskundigen. De Inspectie constateert dat de certificering van de arbeids- en organisatiedeskundigen te veel gericht is op het proces en te weinig op de inhoud van het werk dat zij leveren. Daarnaast wordt geconstateerd dat de cki’s onderling niet overleggen en dat niet alle cki’s deel nemen aan het College van Deskundigen. Overleg is noodzakelijk voor een goede, uniforme uitvoering van het certificeren.