Gemeenten laten kansen liggen bij terugvorderen van ten onrechte betaalde uitkeringen

De Inspectie SZW deed onderzoek naar de manier waarop UWV, de SVB en gemeenten omgaan met mensen met een uitkering die niet de juiste informatie geven.

Voor UWV en SVB ziet de Inspectie SZW nauwelijks mogelijkheden om meer en beter terug te vorderen en te incasseren.

Tussen gemeenten  zijn grote verschillen in de manier waarop ze fraude met uitkeringen aanpakken. Zo zijn er gemeenten die gemiddeld binnen twee maanden na ontvangst van een fraudesignaal het onderzoek afronden en een sanctie opleggen. Er zijn ook gemeenten die daar gemiddeld ruim een half jaar over doen. Hoe langer een onderzoek naar fraude duurt, hoe langer een fraude kan doorgaan. Daarmee loopt ook het totale bedrag op van terug te eisen uitkering en sanctie. Dat maakt dat de schulden van deze bijstandsgerechtigden toenemen en wordt het voor gemeenten  moeilijker om de totale vordering te innen.

Niet alleen de duur van een fraudeonderzoek verschilt van gemeente tot gemeente. Ook is de ene gemeente strenger dan de andere bij het terugvorderen en innen van ten onrechte betaalde uitkeringen.
Gemeenten genieten een grote mate van beleidsvrijheid bij het terugvorderen. Zo houden sommige gemeenten elke maand 10% van de uitkering in, anderen 6%. Ook ondernemen niet alle gemeenten even snel actie als een terugbetaling uitblijft.
 

Hierdoor ontstaan er tussen gemeenten grote verschillen in het deel van de vorderingen dat ze weten te innen. Er zijn gemeenten die erin slagen binnen drie jaar de helft van het totale bedrag te incasseren. In andere gemeenten blijft de teller onder de 10% steken. Voor deze gemeenten is er veel te winnen als ze strikter te werk gaan bij het terugvorderen van ten onrechte ontvangen uitkeringen.