Regionale arbeidsmarkt: het moet nu echt meer samen

In de afgelopen twintig jaar is er maar beperkte vooruitgang geboekt in het tot stand brengen van regionaal arbeidsmarktbeleid. Dat constateert de Inspectie SZW in het rapport Regierol gemeenten bij regionaal arbeidsmarktbeleid.

Regionaal arbeidsmarktbeleid moet bijdragen aan het beter op elkaar laten aansluiten van vraag en aanbod op de arbeidsmarkt. Bij het opzetten van het arbeidsmarktbeleid in de regio en het bij elkaar brengen van de partijen die daar een rol in hebben, hebben gemeenten een voortrekkersrol. Zij kunnen de verbinding maken tussen het arbeidsmarktbeleid en aangrenzende terreinen als onderwijs, welzijn en zorg.
Het is zeker onder de huidige economische omstandigheden heel belangrijk dat er samengewerkt wordt. De aanname is namelijk dat er door meer samenwerking meer mensen uit de werkloosheid komen, reden voor de Inspectie SZW om te onderzoeken hoe deze uitdaging opgepakt is.

De inspectie constateert in zijn onderzoek dat alle centrumgemeenten in de 35 arbeidsmarktregio’s in Nederland de regierol hebben opgepakt. Gemeenten werken echter vooral samen met de partijen binnen de keten van werk en inkomen (andere gemeenten, UWV, SW-bedrijven) en niet met partijen uit de economische sector (werkgevers(organisaties) en topsectoren) en onderwijs. Daarnaast worden er vooral intenties uitgesproken: deze intenties leiden in de ‘thuisorganisaties’ niet tot acties.

Behalve de constatering dat gemeenten in de regio vooral met de andere partijen binnen de keten van werk en inkomen samenwerken, komt uit het onderzoek naar voren dat er binnen gemeenten zelf tussen sociale zaken en economische zaken ook weinig samenhangend wordt gewerkt op het gebied van regionaal arbeidsmarktbeleid. Economische zaken en sociale zaken (en ook onderwijs) opereren vaak als gescheiden werelden en hebben contact  met verschillende partners in de regio.

Dit is een belangrijke oorzaak van het gebrek aan voortgang in de samenwerking op het gebied van regionaal arbeidsmarktbeleid. Andere belangrijke belemmeringen zijn:

  • de keten van werk en inkomen werkt in vaste arbeidsmarktregio’s terwijl werkgevers en onderwijs veel meer in sectoren en netwerken opereren, los van regionale grenzen;
  • het kost grote moeite om zicht te krijgen op de vraag op de arbeidsmarkt èn op het aanbod van de sociale diensten en het UWV;
  • de keten van werk en inkomen moet zich vooral richten op de re-integratie van de minst zelfredzame personen terwijl werkgevers zo snel mogelijk de beste kandidaat willen; 
  • de overlegorganen waarin het regionaal arbeidsmarktbeleid wordt ontwikkeld hebben geen eigen budget en doorzettingsmacht;
  • de nadruk bij regionaal arbeidsmarktbeleid ligt op afstemming en samenwerking tussen gemeenten, maar veel gemeenten blijven vasthouden aan zelfstandig optreden (voor een groot deel gemotiveerd vanuit de financieringssystematiek van de WWB).


Samenvattend constateert de inspectie dat er ondanks alle pogingen, in twintig jaar maar beperkte vooruitgang is geboekt in het tot stand brengen van regionaal arbeidsmarktbeleid.
Wanneer er niet sterker wordt ingezet op het wegnemen van de geconstateerde belemmeringen, kan niet zonder meer worden verwacht dat de inspanningen die nu gedaan worden, wel zullen leiden tot een samenhangende, meer succesvolle aanpak van het regionaal arbeidsmarktbeleid.