Certificering arbodiensten en arbodeskundigen biedt nog te weinig garanties

De Inspectie SZW vindt dat de certificatie van arbodiensten en arbodeskundigen verbeterd moet worden. De huidige certificering geeft nog onvoldoende garanties voor de kwaliteit van de dienstverlening. Volgens de Inspectie moet meer naar de praktijk gekeken worden. Certificering van de arbozorg is meer dan papier alleen, vindt de Inspectie dan ook.

Gezonde en veilige arbeidsomstandigheden zijn belangrijk. De verantwoordelijkheid hiervoor is bij de werkgevers gelegd. Voor onder meer het toetsen en adviseren van Risico Inventarisatie en Evaluatie (de RI&E) is de werkgever verplicht deskundige bijstand in te schakelen door gecertificeerde arbodiensten of gecertificeerde deskundigen. Deze certificering wordt uitgevoerd door certificerende instellingen (cki’s). Het nu uitgevoerde onderzoek van de Inspectie is dan ook gericht op deze cki’s. In andere programma’s van de Inspectie is al aandacht gegeven aan de arbozorg die door de werkgever geboden wordt, en ook in komende programma’s zal dit het geval zijn.

Certificering arbodiensten
De Inspectie is van oordeel dat de cki’s die arbodiensten certificeren, dit nauwgezet doen. Wel is de Inspectie van mening dat de focus van de audit niet alleen op kwaliteitssysteem gericht moet zijn, maar ook op de output, oftewel de daadwerkelijke uitvoering. Daarnaast is de Inspectie van mening dat de afwijkingen die geconstateerd worden door de cki’s op gelijke wijze beoordeeld  moeten worden. Op dit moment vindt dat onvoldoende helder en uniform plaats. Dit is naar het idee van de Inspectie noodzakelijk om rechtszekerheid te borgen en de schijn van partijdigheid te vermijden.
 

Certificering arbodeskundigen
Certificatie vindt ook plaats voor individuele arbodeskundigen, zoals arbeidshygiënisten, hogere veiligheidsdeskundigen en arbeids- en organisatiedeskundigen. De Inspectie constateert dat de certificering van de arbeids- en organisatiedeskundigen te veel is gericht op het proces en te weinig op de inhoud van het werk dat zij leveren. Daarnaast wordt geconstateerd dat de cki’s onderling niet overleggen en dat niet alle cki’s deel nemen aan het College van Deskundigen. De Inspectie is van mening dat overleg noodzakelijk is voor een goede, uniforme uitvoering van het certificeren.