Minimumloon en -vakantiebijslag
Wettelijk minimumloon geldt als minimum beloning voor werk dat in Nederland in dienst wordt verricht
De Inspectie SZW controleert of werkgevers zich aan de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (Wml) houden. Het wettelijk minimumloon en de wettelijke minimumvakantiebijslag gelden als minimum beloning voor werk dat in Nederland in dienstbetrekking wordt verricht. Zowel Nederlandse als buitenlandse werkgevers en werknemers moeten zich houden aan de rechten en plichten die hierbij horen.
Wijzigingen handhaving Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wil dat de Inspectie SWZ handhaving van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (Wml) op onderdelen effectiever en efficiënter uitvoert. Daartoe zijn per 4 juli 2011 twee aanpassingen in het handhavingsbeleid van de Wml doorgevoerd.
In het kort komen de wijzigingen in het handhavingsbeleid op het volgende neer:
- Voor de handhaving van de Wml wordt de normale arbeidsduur in alle gevallen gesteld op 40 uur per week (of 160 uur bij een vierwekelijkse betaalperiode of € 173,33 uur bij maandloon).
- De Inspectie SZW doet bij Wml-controles ook onderzoek naar de verrekening van eventuele kosten. De werkgever mag maximaal 20% van het fulltime Wml-loon of het fulltime Wml-jeugdloon aan huisvestingskosten (huur, water- en energiekosten) verrekenen en maximaal 10% van het fulltime Wml-loon aan zorgverzekeringspremie.
Berekening loon bij Wml-controle (voor alle sectoren)
Om de effectiviteit en efficiency van de Wml-controles te bevorderen is de handhaving van de Wml sterk vereenvoudigd. Zo wordt in alle gevallen bij het toezicht op de Wml uitgegaan van een minimumloon dat is berekend op basis van een arbeidsduur van 40 uur per week. Zo ontstaat voor de Inspectie SZW een heldere, eenduidig toetsbare norm waarmee we - bezien vanuit de doelstellingen van de Wml - adequaat tegen onaanvaardbare onderbetaling kunnen optreden.
Waarborg ondergrens minimumloon door Inspectie SZW
Indien sociale partners een kortere arbeidsduur (willen) hanteren dan 40 uur per week en daarmee binnen hun sector willen uitkomen op een hoger bruto uurloon, dan kunnen zij daarover afspraken maken. De werkgever zal dan ook overeenkomstig de gemaakte (cao-)afspraken moeten belonen.
De Inspectie SZW treedt echter alleen handhavend op als er minder beloond wordt dan het minimum bruto uurloon berekend naar een 40-urige werkweek. Deze ondergrens waarborgt de Inspectie SZW voor alle werknemers in het kader van Wml-controles. Zo nodig zullen werkgevers verplicht worden tot nabetaling, via het opleggen van een zogeheten ‘last onder dwangsom’.
Verrekeningen met het wettelijk minimumloon
Werknemers hebben recht op het wettelijk minimumloon. In de praktijk komt het echter voor dat werkgevers soms forse bedragen met het loon verrekenen. Hierdoor wordt er minder dan het minimumloon uitbetaald. Er bestaat geen bezwaar tegen verrekening van aantoonbare gemaakte kosten voor huisvesting en premie ziektekostenverzekering als dat netjes gebeurt. Het is acceptabel dat de werkgever deze kosten, omwille van efficiency en zijn eigen zekerheid, met het loon verrekent. Het gaat dan om kosten die voor iedere werknemer onvermijdelijk zijn. Echter, té omvangrijke inhoudingen (vooral voorkomend bij - tijdelijke - werknemers afkomstig uit Midden- en Oost-Europa) zijn niet in overeenstemming met de Wml.
De norm is voortaan, zoals hierboven beschreven, onder ‘Handhaving Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag gewijzigd’.
Uitzendkrachten
Voor de beloning van uitzendkrachten geldt dat de ‘normale, volledige arbeidsduur’ bij de inlener de maatstaf is. Voor het actuele overzicht van de minimumloonbedragen voor werknemers van 15 jaar t/m 23 jaar en ouder kunt u kijken op de betreffende pagina op rijksoverheid.nl.
Forse boetes bij onderbetaling
De Inspectie SZW kan werkgevers die hun werknemers te weinig betalen een boete opleggen. De hoogte van de boete hangt af van hoe ver het loon afwijkt van het wettelijk minimumloon en de wettelijke minimumvakantiebijslag. De boete kan oplopen tot maximaal:
- € 6.000 per onderbetaalde werknemer (bij betaling onder het minimumloon);
- € 700 per onderbetaalde werknemer (bij betaling onder de minimumvakantiebijslag).
De werkgever moet, bij constatering van onderbetaling door de inspecteur, binnen vier weken het achterstallige loon aan de werknemer(s) betalen, anders kan de werkgever een dwangsom krijgen van maximaal € 300 per werknemer voor elke dag dat het achterstallige loon niet is betaald. Het maximale bedrag dat een werkgever per werknemer aan dwangsom kan worden opgelegd, bedraagt € 25.000.
Controles en onderzoek van klachten en tips
De Inspectie SZW controleert bij de controles op illegale tewerkstelling ook op betaling van het minimumloon. Verder zijn er aparte controles op de naleving van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag en onderzoekt de Inspectie SZW klachten en tips.
Klachten minimumloon en/of minimumvakantiebijslag
Bij het vermoeden van overtreding van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag kunt u een klacht over onderbetaling indienen bij de Inspectie SZW.
Meer informatie